Medewerkers achter laptop

Hoofdredacteur Lisette Douma: ‘Trots op het Onderwijsblad’

5 augustus 2021

Inspirerende columns, prikkelende interviews, onthullende onderzoeksjournalistiek en tips voor de onderwijspraktijk. Het Onderwijsblad kent een mix van hard nieuws, achtergrondverhalen en opinies, maar ook praktische wetenswaardigheden over onder meer arbeidsvoorwaarden. Het tijdschrift van de Algemene Onderwijsbond heeft volgens media-onderzoek van het ministerie van OCW bij onderwijsprofessionals de grootste impactscore van alle voor deze doelgroep bedoelde bladen. Artikelen lokken regelmatig Kamervragen uit en bijna jaarlijks krijgt het blad een nominatie voor de Nationale Prijs voor Onderwijsjournalistiek. In gesprek met hoofdredacteur Lisette Douma.

Sinds september is Lisette hoofdredacteur van het Onderwijsblad. Veertien jaar lang werkte ze er als eindredacteur. ‘Onze leden ontvangen het blad op hun huisadres. Toen we drie jaar geleden van een tweewekelijkse uitgave naar een maandblad gingen, is het blad dikker geworden, waardoor we veel meer verdieping kunnen bieden’, vertelt Lisette, ‘en dat is met onze brede doelgroep heel prettig. Het blad wordt gelezen van po tot en met wo en van ondersteunend personeel tot hoogleraar. Onze website en digitale nieuwsbrieven hebben een directe nieuwsfunctie, met het Onderwijsblad kunnen we de achtergronden van het onderwijsnieuws belichten en is er ruimte voor discussie en onderzoek.’

Algemene Onderwijsbond
De AOb is de grootste onderwijsbond van ons land, onderhandelt met werkgeversorganisaties en sluit cao’s af. Ook informeert en adviseert de bond zijn leden en worden er cursussen en trainingen georganiseerd. Is de rechtspositie van individuele leden in het geding, dan biedt de bond zo nodig juridische ondersteuning. ‘De AOb wil ervoor zorgen dat zijn leden elke dag hun werk goed kunnen doen, met de daarbij behorende professionele zeggenschap en arbeidsvoorwaarden’, vat Lisette de belangrijkste taak van de bond samen.
De Algemene Vergadering, gevormd door zo’n honderd AOb-leden, bepaalt de koers, na raadpleging van de achterban. Het hoofdbestuur van de AOb bewaakt de voortgang van het beleid.  En de dagelijkse leiding is in handen van vijf bestuurders.  Daarnaast is er voor iedere onderwijssector een sectorraad waarin ongeveer vijftig leden uit de sector zitten. Deze mensen spreken zich uit over de arbeidsvoorwaardelijke en onderwijsinhoudelijke zaken die binnen hun sector spelen. Ook zijn er een heleboel specifieke groepen en afdelingen binnen de AOb. ‘Zo is er een groep’, licht Lisette toe, ‘die zich inzet voor de rechten van ondersteunend personeel, zijn er verschillende groepen die zich inzetten voor diversiteit, is er een groep voor leden die werkzaam zijn in het speciaal onderwijs en een groep Agrarisch Onderwijs, om enkele voorbeelden te noemen. De bereidheid van onze leden om actief deel te nemen is redelijk hoog. De actiebereidheid is uitermate hoog. Dat hebben we gezien aan de massale opkomst bij de demonstraties over werkdruk en lerarentekorten van de afgelopen jaren.’

Werkdruk en lerarentekort
De AOb kent leden die als vrijwilliger binnen de bond actief zijn. Er zijn ook leden die een deel van hun werktijd op hun onderwijsinstelling aan werkzaamheden voor de AOb mogen besteden. ‘De instellingen worden hiervoor gecompenseerd door de overheid’, vertelt Lisette.
‘Corona heeft de uiterst belangrijke thema’s werkdruk en lerarentekort alleen nog maar hoger op de agenda gezet’, aldus Lisette. ‘Bovendien houden we via de AOb-website onze leden op de hoogte van alle ontwikkelingen tijdens de coronacrisis. Het merendeel van onze leden wil de scholen zo veilig mogelijk open houden, maar er zijn ook leraren die zelf in een risicogroep vallen en het niet aandurven om op school te zijn. Al onze leden staan we bij als er problemen zijn met de schoolleiding. Onderwijsprofessionals staan voor zo ontzettend veel dilemma’s in deze ingewikkelde tijd.’

Grootste impactscore
Naast de website en een breed scala aan digitale nieuwsbrieven is het Onderwijsblad een belangrijk communicatiemiddel tussen de AOb en haar leden. De oplage van het Onderwijsblad is 85.000. Daarvan gaan zo’n duizend exemplaren naar bibliotheken, kenniscentra en andere geïnteresseerden. Lisette en haar collega’s bedrijven onafhankelijke journalistiek, daarom is er ook alle ruimte voor tegengeluiden. ‘We zijn er trots op dat onze lezers het blad waarderen met een 7,3. Bovendien kwam het Onderwijsblad uit het media-onderzoek van het ministerie van OCW als onderwijstijdschrift met de grootste impactscore bij medewerkers in het onderwijs.’

Relatie met OnderwijsMedia
De relatie met OnderwijsMedia bestaat eruit dat ze voor het Onderwijsblad de advertentieexploitatie verzorgen, ‘En dat gaat naar volle tevredenheid’, zegt Lisette. ‘Ik denk dat OnderwijsMedia in de toekomst meer voor ons kan doen. Daarover gaan we binnenkort met ze in gesprek. Zo hebben we nog twee tijdschriften. Weliswaar met een kleinere oplage en een lagere frequentie, maar wel met twee interessante doelgroepen: MR-leden en gepensioneerden. Ook daarin zijn advertenties mogelijk. En na corona pakken we zeker de organisatie van congressen weer op. Misschien dat OnderwijsMedia ook daarin een rol kan gaan vervullen.’
Lisette verwacht dat AOb het Onderwijsblad zeker in printvorm zal handhaven. ‘Juist omdat het een langere houdbaarheid heeft door alle achtergrondartikelen. Het blad wordt ook gewaardeerd, omdat het bij onze leden thuis op de deurmat valt. Ze lezen een deel, leggen het weg en lezen op een later tijdstip weer verder.’ Sommige artikelen worden doorgeplaatst op de site. Bovendien is er een openbaar digitaal archief, met alle artikelen die vanaf 1999 tot een maand terug in het Onderwijsblad stonden. ‘Dat archief wordt gebruikt door leden die specifiek op zoek zijn naar informatie over een bepaald onderwerp, maar ook door onder meer studenten en journalisten’, weet Lisette.

App
Overleggen en congressen zijn in deze coronatijd allemaal online gegaan. Dat is voor de AOb niet anders. Lisette verwacht dat bepaalde bijeenkomsten, zoals workshops, na de coronacrisis weer teruggaan naar ‘het oude normaal’. ‘Bij een workshop is de groepsdynamiek belangrijk. Daarvoor heeft een bijeenkomst als in de oude situatie de voorkeur. Maar veel meetings kun je wel online blijven doen. Ik denk dat zoiets ook van invloed is op de mate van bereidheid om actief te worden binnen de AOb. Het maakt nogal uit of je maandelijks voor een vergadering naar Utrecht moet vanuit Maastricht of Groningen, of dat je negen van de tien keer via het scherm kunt overleggen’, vertelt Lisette.

Ondanks de dagelijkse hectiek tijdens de coronacrisis is de AOb ook met innovatie op communicatievlak bezig. Zo wordt er gewerkt aan een app waarmee leden hun arbeidsvoorwaarden in kunnen zien, ze bij vragen en geschillen contact kunnen zoeken met de bond en waarmee ze zich bijvoorbeeld voor cursussen en trainingen aan kunnen melden. ‘Ook kan een app handig zijn als communicatiemiddel in tijden van lerarenacties’, zegt Lisette. ‘Want ja, met het oog op het nieuwe regeerakkoord na de komende Kamerverkiezingen is het zeker niet ondenkbaar dat dit weer nodig is.’

 

 

Tekst: Brigitte Bloem

arrow-right linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram